Honingbij

De honingbij is al  zo'n 120 miljoen jaar op aarde. Zij hebben dus samen met de dinosauriers geleefd.
Ze zijn niet alleen essentieel voor het voortbestaan ​​van mens en natuur, maar daarnaast ook zeer divers en fascinerende beestjes.
 

Wij kennen in Nederland ongeveer 360 soorten wilde bijen waarvan ongeveer de helft met uitsterven bedreigd. Wereldwijd zijn er ongeveer 20.000 soorten. Er is relatief maar een kleine groep honingbijen, negen soorten soorten wereldwijd.
In ons land komen rassen Carnica, Buckfast en Zwarte Bij voor, daarnaast nog de bastaardbij die een mix is van de drie rassoorten.

Honingbijen verschillen aanzienlijk van wilde bijen, voornamelijk doordat honingbijen in een kolonie  leven, terwijl wilde bijen voornamelijk solitair leven.

De hier levende honingbij is bruin en zwart en niet zwart en geel zoals vaak in kinderfilms te zien is.
Het borststuk is behaard en hun achterlijf heeft lichte en donkere strepen. Hierdoor is zij duidelijk te onderscheiden van de wesp, waarvan het achterlijf zwart en geel van kleur is en wordt gekenmerkt door de typische wespentaille. De honingbij daarentegen is aanzienlijk omvangrijker.

 

Honingbijen hebben een fascinerend lichaam dat veel kan: ze verzamelen stuifmeel met hun achterpoten, zijn snelle vliegers, tot 30 km/uur. Ze kunnen zelf warmte opwekken of de korf koelen. Met hun samengestelde ogen kunnen ze ultraviolet licht zien. Ze produceren met hun lijf was, enzymen en speciaal voor om de eieren van voedsel te voorzien. De antennes zijn multifunctionele organen waarmee ze kunnen proeven, voelen, horen en orienteren. Dat allemaal nog naaste de eigenschap om nectar en stuifmeel te vervoeren van bloem naar de korf.

 

In het hoogseizoen in de vroege zomer bestaat een kolonie honingbijen tot 50.000 bijen waarvan een koningin, het overgrote deel is werksters en enkele honderden darren. Terwijl de werksters ijverig schoonmaken, bewaken en verzamelen, is de enige bekende functie van de darren het bevruchten van een koningin. Samen vormen ze een superorganisme, met als doel het voortbestaan ​​van de kolonie.

Werksterbijen leven, met uitzondering van winterbijen, gemiddeld zo'n zes weken, de dar ongeveer drie maanden en de koningin kan wel tot 5 jaar leven.

 

De werksters hebben een giftige angel. Mannetjesbijen, de darren, hebben geen angel. Over het algemeen steken honingbijen alleen als ze zich bedreigd voelen, een defensief ingestelde actie dus.
In tegenstelling tot wespen, die meerdere keren kunnen steken, kunnen honingbijen hun angel op de mens maar één keer gebruiken en zullen dan sterven. De weerhaak op de angel zorgt ervoor dat het vast komt te zitten en de bij verliest de angel en een deel van de ingewanden tijden het los komen. Dit leidt tot het sterven van de bij.

 

Honingbijen zijn op veel manieren essentieel voor ons, het meest nog vanwege het bestuiven van planten, belangrijk voor de voedselvoorziening van mens en dier.
Daarnaast produceren ze heerlijke honing voor eigen gebruik, vaak ook meer dan voldoende zodat de imker ook wat kan afnemen. Zolang er maar voldoende overblijft voor de bijen om de winter gezond door te komen.